(Tijdschrift Indah – oktober 2026)
Jarenlang negeerde Ingrid Struikenkamp de signalen die haar lichaam haar gaf. Pas toen het echt niet meer ging, gooide ze het roer om. ‘In die tussenruimte, waar alles niet meer was zoals het geweest was en het nieuwe zich nog niet had aangediend, bleef er eigenlijk maar één ding over: rusten. Vertragen. Opladen.’
Door: Ingrid Struikenkamp
In de zomer van 2006 werd ik plots stilgezet. Een diepe vermoeidheid nam bezit van mij, samen met angsten die ik nauwelijks kon plaatsen. Het voelde alsof de grond onder mijn voeten plots verdween, alsof ik door mijn eigen bodem zakte en nergens nog houvast vond.
Wat ik toen nog niet wist, was dat niet alleen mijn kracht uitgeput was. Ook mijn pantser, de beschermende schors die zich in de loop van generaties om mijn stamboom had gevormd, begon zijn grenzen te bereiken. Die was ooit nodig geweest. Gevormd door alles wat mijn voorouders moesten dragen en doorstaan, beschermde hij wat kwetsbaar was en hielp ons overeind te blijven, ons aan te passen en verder te gaan. Tegelijkertijd had deze bescherming mij steeds verder verwijderd van mijn eigen binnenwereld en van de wijze stem van mijn lichaam.
Pas toen ik ruimte durfde te maken voor wat zich daaronder bevond, begon mijn ontdekkingsreis: een zoektocht door oude pijn en onderdrukte emoties, langs verhalen en patronen die generaties lang werden meegedragen.
In die tussenruimte, waar alles niet meer was zoals het geweest was en het nieuwe zich nog niet had aangediend, bleef er eigenlijk maar één ding over: rusten. Vertragen. Opladen. Voorzichtig opnieuw leren luisteren naar de signalen die ik jarenlang had genegeerd. Ik kon niet anders dan mij eraan overgeven. Juist daar, in die grote leegte waarin ik mij naakt, kwetsbaar en onzeker voelde, begon mijn ontdekkingsreis.
Met een professionele hand naast mij durfde ik steeds meer te ontmoeten wat zich in mij aandiende. Daar waren verdriet dat eindelijk gevoeld wilde worden, angst die gezien wilde worden en oude pijn die erkenning zocht. Maar ook mijn levenskracht, die opnieuw wilde stromen. Een diep verlangen naar vrijheid. Naar rust. Naar vrede in mezelf.
Geleidelijk begon mijn leven van richting te veranderen. De volle agenda die ooit vanzelfsprekend leek, maakte steeds meer plaats voor leven vanuit mijn innerlijk kompas. Niet langer alleen doen wat hoorde of verwacht werd, maar leren voelen: wat kan ik werkelijk dragen? Wat heb ik nodig? Wat klopt voor mij, op dit moment? Het werd een oefening om aanwezig te zijn in het hier en nu, zodat mijn hoofd niet langer alleen de richting bepaalde.
Het niet-weten was geen leegte om bang voor te zijn, maar een stille ruimte waarin iets nieuws zich kon ontvouwen.
Gaandeweg begon ik te begrijpen dat ik al van jongs af aan een grote mate van spanning met mij meedroeg. Niet alleen de onzichtbare erfenis van het oorlogs- en koloniale verleden van mijn voorouders leefde voort in mij; ook mijn zenuwstelsel leek voortdurend op zijn hoede. Alsof mijn lijf al vroeg had geleerd dat veiligheid nooit vanzelfsprekend was.
Als peuter bonkte ik mezelf met mijn hoofd in slaap, een ritme dat ik blijkbaar nodig had om spanning te ontladen. Tot ver op de basisschool bleef dat mijn manier om in slaap te komen. Ook overdag zocht ik onbewust naar beweging; ik wipte eindeloos heen en weer op mijn stoel, zonder te weten waarom.
Pas veel later begon ik te vermoeden dat mijn lichaam misschien een verhaal met zich meedroeg dat ouder was dan ikzelf. Een waakzaam alarmsysteem dat mogelijk niet alleen van mij was, maar ook geworteld lag in mijn familiegeschiedenis.
Langzaam ontstond er ruimte voor een andere manier van leven. Ik wilde niet langer vooral harder mijn best doen, maar juist zachter worden voor mezelf. Meer stilstaan bij wat zich in mij aandiende en de emoties ontmoeten die zo lang hadden gewacht om gezien en gevoeld te worden. In het begin bood een pilletje mij de rust die ik nodig had om overeind te blijven. Later ontdekte ik steeds meer de helende kracht van bewust aanwezig zijn bij mezelf.
Stap voor stap leerde ik onderscheid te maken tussen wat werkelijk van mij was en wat ik, vaak onbewust, uit liefde en loyaliteit had meegedragen uit de generaties vóór mij. In het herkennen van die verstrikkingen ontstond ruimte om los te laten wat niet langer bij mij hoorde.
Dagelijkse wandelingen werden ankerpunten van rust. In het bespelen van mijn viool, schrijven, zingen, dansen, schilderen, yoga en de stilte van de natuur vond ik kleine openingen naar mezelf. Ook mijn voeding veranderde. Steeds vaker koos ik voor wat mij werkelijk voedde, in plaats van wat ik uit gewoonte deed. Mijn zenuwstelsel kwam steeds meer tot rust. Ik begon mij vanbinnen steeds veiliger te voelen.
Zo groeide er, bijna onmerkbaar, een nieuwe bodem onder mijn bestaan. Het pantser dat mij zo lang had beschermd, begon te verzachten. Alsof de verharde schors rond mijn stamboom weer adem kon halen. Onder die bescherming bleek nog altijd levend hout aanwezig te zijn: gevoelig, krachtig en vol levenslust. Er ontstond een stille binnenruimte waar ik steeds opnieuw naar kon terugkeren wanneer oude patronen mij van mezelf verwijderden.
Via deze zachte bewegingen maakte ik opnieuw contact met het leven dat altijd al in mij aanwezig was. Juist in het mysterie van het niet-weten begon iets nieuws te groeien. Ik hoefde niet langer overal een antwoord op te hebben. In plaats daarvan leerde ik luisteren. Naar mijn lichaam. Naar mijn hart. Naar het natuurlijke ritme van het leven zelf.
Hoe meer ik mij overgaf aan dat niet-weten, hoe sterker mijn innerlijk weten werd. Alsof het leven mij, precies op het juiste moment, de mensen, inzichten en ervaringen bracht die ik nodig had. Ik was er ontvankelijker voor geworden.
Ik ontdekte dat moed en vertrouwen niet ontstaan doordat je de weg kent. Ze ontstaan wanneer je durft te blijven lopen, ook als je eigen pad zich pas ontvouwt terwijl je het bewandelt.
Vanuit die persoonlijke reis is trainingsbureau Pulang – Thuiskomen in jezelf ontstaan. Een plek waar Ingrid Struikenkamp mensen uitnodigt om met openheid hun wortels, familiegeschiedenis en alles wat hen heeft gevormd te ontmoeten. In haar workshops werkt zij o.a. met het model Beschermjassen en worden familieverhalen, transgenerationele patronen, maar ook kracht, veerkracht en wijsheid die van generatie op generatie worden doorgegeven, verkend. Niet alleen in de verhalen die we kennen, maar ook in ons lichaam, onze emoties, onze overtuigingen en de keuzes die we – vaak onbewust – maken. Door daar met aandacht bij stil te staan, ontstaat ruimte om nieuwe keuzes te maken en steeds meer thuis te komen in jezelf.